Randvoorwaarden betonsamenstelling

Randvoorwaarden betonsamenstelling (NEN 8005). In NEN 8005 zijn in tabel E de randvoorwaarden aan de mengselsamenstellingen beschreven, gekoppeld aan de verschillende milieuklassen. 
Milieu-klasse
Maximaal toelaatbare water-cement-factor/water-bindmiddelfactor
Minimaal vereiste cementgehalte/ bindmiddelgehalte (kg/m3)
Minimum luchtgehalte a
Grootste korrelafmeting D (mm)
Luchtgehalte % (v/v)
1. Geen risico op corrosie of aantasting
X0
0,70
200b
 
 
2. Corrosie veroorzaakt door carbonatie (aantasting van de wapening)
XC1
0,65
260
 
 
XC2
0,60
280
 
 
XC3
0,55
280
 
 
XC4
0,50
300
 
 
3. Corrosie veroorzaakt door chloriden niet afkomstig uit zeewater (aantasting van de wapening)
XD1
0,55
300
 
 
XD2
0,50
300
 
 
XD3
0,45
300
 
 
4. Corrosie veroorzaakt door chloriden afkomstig uit zeewater (aantasting van de wapening)
XS1
0,50
300
 
 
XS2
0,45
300
 
 
XS3
0,45
320d
 
 
5. Aantasting door vorst/dooi met of zonder dooizouten (aantasting van de beton)
XF1
0,55
300
 
 
XF2
 
 
 
0,55
300
63
31,5
16
8
3,0
3,5
4,0
5,0
XF2
0,45
300
 
 
XF3
0,50
300
 
 
XF4
 
 
 
0,50
300
63
31,5
16
8
3,0
3,5
4,0
5,0
XF4
0,45
320d
 
 
6. Chemische aantasting (aantasting van de beton)
XA1
0,55
300
 
 
XA2c
0,50
320
 
 
XA3c
0,45
340
 
 
 
a)           Het minimum luchtgehalte heeft betrekking op het gemeten luchtgehalte
b)           De genoemde water-cement-factor/water-bindmiddelfactor en het genoemde cementgehalte/bindmiddelgehalte zijn alleen van toepassing bij onderwaterbeton
c)            Voor beton in deze milieuklassen dat aan oplossingen met meer dan 600 mg SO42–/liter of aan grond met een gehalte aan sulfaten 3000 mg/kg  wordt blootgesteld, moet cement met een hoge bestandheid tegen sulfaten worden gebruikt dat voldoet aan NEN-EN 197-1
d)           Bij bouwdelen met een dikte groter dan 1 meter mag het cementgehalte worden gereduceerd tot minimaal 300 kg/m3, onder voorwaarde dat uitsluitend cement met een lage hydratatiewarmte wordt gebruikt dat voldoet aan NEN-EN 197-1
 
 
Beoordeling aggresiviteit milieu (NEN-EN 206-1). Deze tabel kan niet alleen gebruikt worden voor beton dat in aanraking komt met grond en grondwater. Zij kan ook worden toegepast om het gevaar voor aantasting door chemisch agressieve stoffen voor industriële toepassingen of in de agrarische sector te beoordelen en/of te classificeren.
Chemische bestanddelen
Referentie beproevingsmetode
XA1
XA2
XA3
Grondwater
SO442- mg/l
EN 196-2
≥ 200 en ≤ 600
≥ 600 en ≤ 3000
≥ 3000 en ≤ 6000
pH
ISO 4316
≥ 6,5 en ≤ 5,5
≥ 5,5 en ≤ 4,5
≥ 4,5 en ≤ 4,0
CO2 mg/l agressief
PrEN 13577:1999
≥ 15 en ≤ 40
≥ 40 en ≤ 100
≥ 100 tot verzadiging
NH4+ mg/l
ISO 7150-1 of ISO 5664
≥ 15 en ≤ 30
≥ 30 en ≤ 60
≥ 60 en ≤ 100
MG2+ mg/l
ISO 7980
≥ 300 en ≤ 1000
≥ 1000 en ≤ 3000
≥ 3000 tot verzadiging
Grond
SO442- mg/kga totaal
EN 196-2b
≥ 2000 en ≤ 3000c
≥ 3000c en ≤ 12000
≥ 12000 en ≤ 24000
Zuurgehalte ml/kg
DIN 4030-2
> 200 Baumann Gully
Niet aangetroffen in praktijk
  
a)           Kleigrond met een doorlaatbaarheid kleiner dan 10 –5 m/s mag in een lagere klasse worden geplaatst
b)           De beproevingsmethode schrijft de extractie voor van S042- door middel van zoutzuur; als alternatief mag de extractie met behulp van water worden toegepast, indien op de plaats van het gebruik van het beton ervaring beschikbaar is
c)            Indien gevaar bestaat voor opeenhoping van sulfaationen in het beton, ten gevolge van nat/droog-wisselingen of capillaire opzuiging, moet de grenswaarde van 3000 mg/kg worden verlaagd tot 2000 mg/kg